Berenkind

C. De rol van de gastouder van Berenkind is bij het overdragen van normen en waarden van groot belang. De gastouder:

  • is zich bewust van haar of zijn normen en waarden en de voorbeeldfunctie hierin.
  • maakt de kinderen de consequenties van hun handelen duidelijk.
  • hanteert normen en waarden die passen bij de ontwikkelingsfase van het kind en die aansluiten bij elk individueel kind

 Bewust van haar of zijn normen en waarden en de voorbeeldfunctie

Belangrijker dan het aanleren van normen en waarden is het voorleven hiervan. Het gedrag en de morele kwaliteit van de gastouder is van essentieel belang. Om ‘mens’ te worden moet het mensenkind alles ontvangen en leren van andere mensen. Het kind moet erop kunnen vertrouwen dat de werkelijkheid fundamenteel goed is. Als de omgeving ‘goed’ is, zal het identificatieproces optimaal op gang komen. Dit proces, waarbij een kind als het ware afkijkt van de volwassene hoe het hoort, hoe je je gedraagt en nog specifieker, hoe een jongen of een meisje zich gedraagt, is onmisbaar voor de mensvorming. De drang tot nabootsing die elke peuter en kleuter eigen is, werkt ook hier positief uit op het kind.

Consequenties van het eigen handelen op anderen

Kleine kinderen hebben nog geen moreel besef. Ze denken vanuit zichzelf en hun inlevingsvermogen is nog niet ontwikkeld. Hun gedrag is daarom per definitie niet goed of slecht, ze proberen gewoon dingen uit, geleid door hun eigen waarnemingen en gevoelens. Hier moet in hun leefomgeving, dus ook bij de opvang, ruimte en respect voor zijn. Langzamerhand kan het kind leren dat zijn handelen consequenties heeft voor anderen en dat de ruimte die het kind voor zichzelf opeist de ruimte voor iemand anders kan beperken. Vanuit dit besef kan het kind met behulp van de gastouder leren rekening te houden met een ander en wordt de zin van regels en afspraken begrijpelijk.

Normen en waarden die passen bij de leeftijd en het individuele kind

Normen en waarden moeten gerelateerd worden aan de leeftijd van een kind. Een tweejarige heeft bijvoorbeeld een beginnend besef van eigen individualiteit en krijgt een sterker besef van zijn of haar eigen voorkeuren.

Als de opvoeders in staat zijn deze behoeftes van het kind te respecteren, zal het kind uiteindelijk meer inlevingsvermogen ontwikkelen dat nodig is om iets vanuit zichzelf met anderen te delen. Deze vaardigheid nemen we echter pas waar als kinderen ongeveer zes jaar zijn.

Uiteraard moeten kinderen delen als ze in een groep functioneren en moet elk kind leren rekening te houden met de anderen kinderen. Maar dit zal voornamelijk komen doordat de gastouder duidelijke grenzen stelt en af en toe rustig ingrijpt zonder het kind al te veroordelend te corrigeren. Belangrijk is dat normen en waarden moeten passen bij het individuele kind. Waar het ene kind juist moet leren om zich wat in te houden, zal het andere kind gestimuleerd moeten worden om vaker de ruimte te nemen en op de voorgrond te treden. Deze visie op de overdracht van normen en waarden vraagt van de gastouder een goed inlevings- en observatievermogen. Aan de ene kant is het namelijk van belang dat de gastouder een duidelijk en consistent systeem van normen en waarden heeft. Alleen dan kan ze het herkenbare morele gedrag vertonen dat kinderen de kans op nabootsen geeft. Aan de andere kant mag dit systeem van normen en waarden de gastouder niet belemmeren om steeds weer met frisse blik te bekijken welke normen en waarden bij het individuele kind en zijn ontwikkelingsfase passen en hoe deze in elke specifieke situatie kunnen worden toegepast.

Ook is het belangrijk de achtergrond en de cultuur van het kind te kennen en te begrijpen, en ook hier is het vanzelfsprekend zo dat er respect is voor het anders-zijn van de ander.

scroll to top